Fiscaal nieuws


Fiscale plannen voor 2010

Bijtelling voor privégebruik auto van de zaak
Fiscale bijtelling in verband met privégebruik van de auto van de zaak
Wanneer geen bijtelling?
Is het mogelijk om gedurende het jaar de bijtellingsverplichting te stoppen?
Eigen bijdrage voor privégebruik
Bijtelling en bestelauto
Catalogusprijs
Geldt deze regeling ook voor huurauto's en shortlease-auto's?

Fiscale aspecten van autokosten voor zelfstandigen/freelancers
Eenmanszaak en freelancer
De onderneming is ondergebracht in een B.V.
Vergoeding van autokosten door de opdrachtgever of gebruik van een auto van de opdrachtgever

BTW correctie voor privégebruik auto van de zaak door werknemers

BPM
Heffing en tarief
Stimuleringsregeling roetfilters
BPM differentiatie
BPM en grijs kenteken
BPM teruggaafregeling bij export

Motorrijtuigenbelasting
Heffing en tarieven
BTW over MRB

Diverse fiscale regelingen
Reiskostenvergoeding
Fietsregeling

Fiscale plannen voor 2010

Tot nu toe is de grondslag voor het vaststellen van de BPM de netto catalogusprijs van de nieuw aangeschafte personenauto. In het kader van milieumaatregelen wordt de BPM in de komende jaren gefaseerd omgezet naar een heffing die volledig gebaseerd is op de uitstoot van CO2. Een BPM op CO2-basis past naar het oordeel van het kabinet beter bij de gedachte 'de vervuiler betaalt'.

2009
De eerste stap is in 2009 gezet. Zeer zuinige dieselauto's met een maximale CO2-uitstoot van 95 gr/km of benzineauto's met een maximale CO2-uitstoot van 110 gr/km zijn vrijgesteld van de BPM.

2010
Per 1 januari 2010 wordt de BPM heffing vastgesteld op basis van de netto catalogusprijs van een personenauto en op basis van de CO2-uitstoot. De BPM heffing op basis van de netto catalogusprijs van de auto is bekend. Voor de heffing op basis van de CO2-uitstoot zijn drie schijven vastgesteld met daarbij behorende progressieve tarieven. De slurptax valt nu onder de CO2 heffing en is dus afgeschaft. De vrijstelling BPM voor zeer zuinige diesel en benzineauto's (respectievelijk 95 en 110 gr/km) wordt verlengd tot 2018 (was 1 juli 2013).

Tevens wordt voor de BPM heffing zowel de bonus/malusregeling die gekoppeld is aan de energielabels afgeschaft en omgevormd tot CO2-toeslag. Vanaf 2010 wordt ook de benzinekorting afgebouwd en wordt de dieseltoeslag verhoogd.

2011 en 2012
In de jaren 2011 en 2012 wordt vervolgens stapsgewijs de grondslag van de catalogusprijs afgebouwd en de grondslag op basis van de CO2-uitstoot verhoogt.

2013
Uiteindelijk wordt vanaf 2013 de BPM alleen nog geheven op basis van de CO2-uitstoot. De benzinekorting is dan afgeschaft en de dieseltoeslag blijft bestaan. De BPM op basis van absolute CO2-uitstoot geldt alleen voor personenauto's. Voor bestelauto's voor particulieren en motoren wordt vooralsnog de catalogusprijs als grondslag gecontinueerd. Voor deze categorie zijn namelijk geen goede CO2-gegevens beschikbaar. Ook voor personenauto's voor speciale doeleinden zoals kampeerauto's blijft de catalogusprijs als grondslag dienen.


Tarieven BPM 2010-2013 2010 2011 2012 2013
Basispercentage BPM 27,4% 19,0% 11,1% 0,0%
Benzine korting -1.288 -824 -450 0
Toeslag diesel 1.076 1.526 1.900 2.400
Benzine, tarief op basis van CO2 uitstoot
Vrijstelling CO2-grens <= 110 g/km
Bonus CO2-grens 111 t/m 120 g/km -750 -500
Tarief 1ste schijf euro per g/km (CO2-grens 111 t/m 180 g/km) 34 52 71 95
Tarief 2de schijf euro per g/km (CO2-grens 181 t/m 270 g/km) 126 173 213 286
Tarief 3de schijf euro per g/km (CO2-grens>270 g/km) 288 403 497 667
Diesel (aardgas), tarief op basis van CO2 uitstoot
Vrijstelling CO2-grens <= 95 g/km
Bonus CO2-grens 95 - 104 g/km (2010 t/m 120gr/km) -750 -500
Tarief 1ste schijf euro per g/km (CO2-grens 95-155 g/km) 35 52 71 95
Tarief 2de schijf euro per g/km (CO2-grens 155-232 g/km) 126 173 213 286
Tarief 3de schijf euro per g/km (CO2-grens >232 g/km) 288 403 497 667
Roetfilterkorting <= 5 mg/km (PM10) -300
Euro-6 dieselkorting 0 -1.500 -1.000 -500
Aardgas brandstof "toeslag" -500

Aanvullende informatie Voorstel Belastingplan 2010

Nul emissie auto's
De vrijstelling wordt verlengd tot 2018 in plaats van 1 juli 2013.

Chiptuning
Gechiptunede auto's kunnen tot drie jaar na aanschaf een naheffing BPM krijgen wanneer blijkt dat de chiptuning leidt tot hogere CO2 emissies. Vaststelling van een hogere CO2 uitstoot kan tevens leiden tot een hogere fiscale bijtelling van de auto van de zaak en eventueel hogere Motorrijtuigenbelasting (MRB)!

Motorrijtuigenbelasting
Evenals afgelopen jaar wordt de MRB verhoogd met 8,4% voor personenauto's en bestelwagens voor de particulier.

Vrijstelling MRB
Zeer zuinige diesel en benzine personenauto's (respectievelijk 110 en 95 gr/km) zijn in 2009 teruggebracht tot een kwart tarief, in 2010 worden deze auto's geheel vrijgesteld van MRB.

Meergewicht Hybrides
Er geldt in het vervolg een forfaitaire aftrek van 125 kg voor de accu's van hybride auto's in de MRB.

Accijnsverhoging
Het nu geldende onderscheidt in belasting verdwijnt in 2010, waardoor de accijns op LPG met 2,52 cent per liter toe zal nemen.

Bijtelling
De CO2 uitstoot is bepalend voor de bijtelling inkomstenbelasting/loonbelasting. Ten opzichte van het fiscale jaar 2009 (aangifte april 2010) veranderen de volgende zaken (overige is ongewijzigd):

Nul emissie auto's
De fiscale bijtelling voor auto's zonder CO2 uitstoot (elektrisch) wordt 0% in 2010 t/m 2014.

Youngtimers
De bijtelling op auto's ouder dan 15 jaar blijft gebaseerd op de werkelijke waarde, de bijtelling gaat echter naar 35%.

Fiets van de Zaak
De werkgever kan zonder terugblik of de werknemer al een fiets heeft ontvangen en zonder grenzen alle kosten die met de fiets samenhangen die het bedrijf voor zijn rekening wil nemen in de administratie boeken, voor zover dit in het algemene forfait valt. Het hoeft ook niet meer in de loonadministratie te worden vastgelegd.

Voor de door de werkgever aan te wijzen vergoedingen en verstrekkingen komt een forfaitaire vrijstelling van 1,4% van de fiscale loonsom (exclusief eindheffingsbestanddelen).
Dit wordt aangevuld met een beperkt aantal gerichte vrijstellingen voor zakelijke kosten.
Over het meerdere vindt een eindheffing ten laste van de werkgever plaats.
naar boven

Bijtelling voor privégebruik auto van de zaak

Voor privé gebruik van een auto van de zaak is de werknemer een bijtelling verschuldigd. Dit geldt voor personenauto's en bestelwagens die voor meer dan 500 kilometer op jaarbasis privé worden gebruikt. De grens van 500 kilometer is op jaarbasis. Heeft een werknemer de auto bijvoorbeeld slechts zes maanden ter beschikking gehad, dan mag in die periode slechts 250 kilometer privé worden gereden zonder bijtelling. Indien de werknemer meer rijdt, is de bijtelling slechts verschuldigd over de maanden dat werknemer een auto ter beschikking heeft gehad.
Woon-werkkilometers tellen niet als privékilometers. De bijtelling bedraagt met ingang van 1 januari 2008 25% van de catalogusprijs van de auto. Indien de CO2-uitstoot van de auto lager is dan 96 gram per kilometer voor dieselmotoren respectievelijk lager dan 111 gram per kilometer voor benzinemotoren, geldt een bijtelling van 14%. Daarnaast is er per 1 januari 2009 een nieuwe bijtellingscategorie geïntroduceerd. Voor auto's met dieselmotoren met een CO2-uitstoot van meer dan 95 maar minder dan 117 gram per kilometer, dan wel benzinemotoren met een CO2-uitstoot van meer dan 110, maar minder dan 141 gram per kilometer geldt een bijtelling van 20%. De bijtelling dient te worden opgeteld bij het brutoloon van de werknemer, waarna door de werkgever loonbelasting/premies zorgverzekeringen en de bijdrage voor de Zorgverzekeringswet wordt ingehouden.
naar boven

Wanneer geen bijtelling?
Als de werknemer de maandelijkse inhouding van de bijtelling wil voorkomen, dient hij aan het begin van het kalenderjaar een verklaring geen privégebruik op te vragen bij de belastingdienst en de op basis daarvan verkregen beschikking van de belastingdienst aan de werkgever te overhandigen. Daarnaast dient hij een sluitende kilometeradministratie bij te houden. De werkgever dient genoemde verklaring in haar administratie te houden. Mocht aan het einde van het jaar blijken dat de werknemer toch meer dan 500 kilometer privé heeft gereden, dan wordt de aanslag voor de bijtelling door de belastingdienst aan de werknemer opgelegd.
Als een verklaring geen privégebruik is afgegeven en in de loop van het jaar blijkt dat de werknemer toch meer dan 500 kilometer privé rijdt, dan zal voor de resterende periode de bijtelling via de loonbelasting moeten worden ingehouden. De reeds verstreken periode wordt nageheven bij de werknemer.
Als de werkgever geen verklaring geen privégebruik in zijn administratie heeft en geen bijtelling inhoudt, is werkgever verantwoordelijk voor de juistheid van de door de werknemer bijgehouden kilometeradministratie.
naar boven

Is het mogelijk om gedurende het jaar de bijtellingsverplichting te stoppen?
Als eenmaal gedurende één of meer maanden bijtelling is ingehouden op het salaris, kan dit gedurende het lopende kalenderjaar alleen worden gestopt, als de werknemer ook over de verstreken periode een sluitende kilometerregistratie heeft. Als de werkgever beschikt over een verklaring geen privégebruik, kan hij voor de resterende periode van het jaar de inhouding stopzetten. Over de verstreken periode waarover wel bijtelling is ingehouden, kan middels correctieberichten het ingehouden loon worden gecorrigeerd. Werkgever is over deze periode wel verantwoordelijk voor de juistheid van de kilometerregistratie, omdat voor die periode nog geen verklaring geen privégebruik was afgegeven.
naar boven

Eigen bijdrage voor privégebruik
Een eigen bijdrage die de werknemer aan zijn werkgever betaalt voor het privégebruik, mag op de bijtelling in mindering worden gebracht. Een eventuele eigen bijdrage voor privégebruik wordt eerst van het brutoloon inclusief bijtelling afgetrokken, waarna de loonbelasting wordt berekend. Het is mogelijk dat in een maand de eigen bijdrage groter is dan de bijtelling. De eigen bijdrage mag volledig worden afgetrokken. Op jaarbasis kan de aftrek voor een eigen bijdrage voor privégebruik echter nooit groter zijn dan het totaalbedrag van de bijtelling in hetzelfde kalenderjaar.
Onder de voorwaarde dat bepaalde door werknemer zelf betaalde kosten zoals kosten voor o.a. parkeren als eigen bijdrage voor privégebruik zijn omschreven, bijvoorbeeld in de autoregeling, kunnen bedoelde kosten eveneens van de bijtelling worden afgetrokken. Eveneens kunnen kosten gerelateerd aan de auto van de zaak die een werknemer rechtstreeks aan derden betaalt, bijvoorbeeld kosten voor autowassen, parkeren, brandstof, tolgelden, motorolie, etc., als eigen bijdrage voor privégebruik in mindering worden gebracht op de bijtelling, mits de werknemer vooraf met de werkgever is overeenkomen dat deze kosten als eigen bijdrage voor privégebruik gelden. Een andere mogelijkheid is dat genoemde kosten door de werkgever onbelast worden vergoed.
naar boven

Bijtelling en bestelauto
Voor de bestelauto's geldt in beginsel dezelfde regeling voor de bijtelling als voor personenauto's. Er zijn echter een paar verschillen. In de navolgende gevallen is geen bijtelling voor de bestelauto verschuldigd zonder dat hiervoor een sluitende kilometeradministratie of verklaring geen privégebruik nodig is:

  1. de bestelauto wordt na werktijd op het afgesloten terrein van de werkgever achtergelaten en wordt niet voor woon-werk verkeer of privé gebruikt;
  2. er geldt een - schriftelijk overeengekomen - verbod op privé-gebruik, op welk verbod door de werkgever toezicht wordt gehouden en aan overtreding waarvan sancties zijn verbonden.

Voor een bestelauto die door haar aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen geldt de autokostenfictie niet. Wordt deze auto toch incidenteel privé gebruikt, dan moet de werkelijke waarde van het privé voordeel worden bijgeteld, bestaande uit het aantal privé kilometers maal de werkelijke kosten per kilometer.
Een laatste tegemoetkoming met betrekking tot bestelauto's van de zaak betreft de situatie dat de bestelauto doorlopend afwisselend aan verschillende werknemers ter beschikking wordt gesteld. In dat geval is het toepassen van de autokostenfictie praktisch niet uitvoerbaar. Voor die situatie is toegestaan dat de werkgever volstaat met betaling van een eindheffing van € 300,00 per bestelauto per jaar. De werkgever kan vervolgens zelf besluiten om een deel van dit bedrag aan de werknemer door te belasten.
naar boven

Catalogusprijs
De catalogusprijs is de bruto adviesprijs van de importeur, inclusief marge voor de dealer, fabrieksopties en -accessoires, BTW en BPM, maar zonder aftrek van kortingen die een dealer wellicht verleent.
Met ingang van 1 juli 2006 is de wet BPM zodanig gewijzigd dat alleen BPM hoeft te worden afgedragen over opties en accessoires die door of namens de fabrikant zijn aangebracht. De catalogusprijs bestaat voor auto's die na 1 juli 2006 op kenteken zijn gesteld dus alleen uit de nieuwprijs van de auto inclusief opties en accessoires die door of namens importeur en fabrikant zijn aangebracht. Alle accessoires die door de dealer worden aangebracht, dus ook vóór kentekenregistratie, tellen niet mee voor de catalogusprijs. Ook voor de bijtelling kan voor auto's die op of na 1 juli 2006 te naam zijn gesteld, van deze catalogusprijs worden uitgegaan.
Bestelauto's die zijn gekentekend na 1 juli 2005 zijn belast met BPM. Ondernemers die de bestelauto in het kader van hun onderneming gebruiken, kunnen weliswaar de BPM terugvragen, maar voor de bijtelling voor het privégebruik telt de BPM mee voor de catalogusprijs.
Nederlandse belastingplichtigen die een auto van de zaak op buitenlands kenteken privé gebruiken, zijn bijtelling verschuldigd op basis van de Nederlandse catalogusprijs van de auto.
naar boven

Geldt deze regeling ook voor huurauto's en shortlease-auto's?
De bijtelling is verschuldigd voor privégebruik van de aan de werknemer ter beschikking gestelde auto. Ook een huurauto en een shortlease-auto vallen onder deze definitie. Als de huurauto wordt ingezet ter tijdelijke vervanging van de vaste leaseauto, dient voor de periode van vervanging de waarde van de huurauto te worden aangehouden voor bepaling van het bedrag van de bijtelling.
Wordt een auto als voorloper voor een nieuw bestelde auto ter beschikking gesteld, dan is de catalogusprijs van deze voorloper uitgangspunt voor de bijtelling.
naar boven

Fiscale aspecten van autokosten voor zelfstandigen/freelancers

De fiscale regelgeving die van toepassing is op het gebruik van een auto wanneer u als zelfstandig ondernemer of freelancer werkzaamheden verricht voor een opdrachtgever waarmee geen dienstbetrekking bestaat, is redelijk complex. Hierna treft u een beknopt overzicht, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de situatie dat u als freelancer of in het kader van een eenmanszaak handelt (punt I), of dat u uw onderneming in een B.V. heeft ondergebracht (punt II). Onder punt III. wordt uiteengezet op welke wijze een vergoeding wordt belast die u als opdrachtnemer ontvangt van de opdrachtgever voor het gebruik van uw (zakelijke of privé-auto) auto en wat de fiscale gevolgen zijn, indien u gebruik maakt van een auto die door de opdrachtgever ter beschikking wordt gesteld.

I. Eenmanszaak en freelancer
De ondernemer mag in beginsel zelf kiezen, of hij de auto tot zijn privévermogen rekent of dat hij de auto in het ondernemingsvermogen laat vallen. Wel is het zo dat een auto die voor minder dan 500 kilometer op jaarbasis privé wordt gebruikt, tot het ondernemingsvermogen moet worden gerekend. Wordt de auto vrijwel uitsluitend privé gebruikt, dan kan deze niet tot het ondernemingsvermogen worden gerekend.

  1. Auto behoort tot het ondernemingsvermogen: Alle kosten in verband met het autogebruik zijn bedrijfskosten en mogen in mindering worden gebracht op de winst. In geval de auto wordt geleast, behoort de auto niet tot het ondernemingsvermogen, maar kunnen de leasekosten wel van de opbrengsten worden afgetrokken. Indien de auto voor meer dan 500 kilometer op jaarbasis privé wordt gebruikt, is de forfaitaire bijtelling voor privégebruik van toepassing (25/20/14% x cataloguswaarde). Deze bijtelling moet worden bijgeteld bij de winst. De bijtelling is echter nooit meer dan het bedrag dat in een jaar aan autokosten ten laste van de winst is gebracht.
    Als de ondernemer BTW-plichtig is, geldt het volgende. De BTW die aan de ondernemer in rekening is gebracht in verband met aanschaf, reparatie- en onderhoud, brandstof, enz. kan geheel in aftrek worden gebracht. Als de auto door de ondernemer ook privé wordt gebruikt voor meer dan 500 kilometer op jaarbasis, dient een correctie plaats te vinden voor dit privégebruik. De correctie bedraagt 12% x 25% x de cataloguswaarde. Wordt de auto alleen voor zakelijk en voor woon-werkverkeer gebruikt, dan hoeft geen correctie plaats te vinden.
  2. Auto behoort tot het privévermogen: De autokostenfictie is niet van toepassing. Voor zakelijke en woon-werkkilometers die worden gereden met een personenauto mag € 0,19 (2007) per kilometer van de winst worden afgetrokken. Voor bestelauto's moet worden uitgegaan van de werkelijke kilometerprijs.
naar boven

II. De onderneming is ondergebracht in een B.V.
In dit geval is de directeur werknemer van zijn eigen B.V. Ook hier is van belang of de auto tot het ondernemingsvermogen behoort of dat het een privé auto betreft van de directeur/werknemer.

  1. Auto behoort tot ondernemingsvermogen:
    Ook in dit geval geldt dat alle kosten die betrekking hebben op het autogebruik kunnen worden afgetrokken van de winst. Indien de directeur/werknemer de auto ook privé gebruikt voor meer dan 500 kilometer op jaarbasis, is het autokostenforfait (bijtelling) van toepassing. De bijtelling dient met ingang van 1 januari 2006 door de werkgever te worden ingehouden op het loon van de werknemer.
    Als de ondernemer BTW-plichtig is, geldt het volgende. De BTW die aan de ondernemer in rekening is gebracht in verband met aanschaf, reparatie- en onderhoud, brandstof, enz. kan geheel in aftrek worden gebracht. Als de auto door de ondernemer ook privé wordt gebruikt voor meer dan 500 kilometer op jaarbasis, dient een correctie plaats te vinden voor dit privégebruik. De correctie bedraagt 12% x 25% x de cataloguswaarde. Wordt de auto alleen voor zakelijk en voor woon-werkverkeer gebruikt, dan hoeft geen correctie plaats te vinden.
  2. Auto behoort tot privévermogen:
    In dit geval kan aan de directeur/werknemer door de B.V. een bedrag van € 0,19 per kilometer belastingvrij worden vergoed voor zakelijke- en woon-werkkilometers.

    Indien de directeur tevens meer dan 50% van de aandelen in de vennootschap in bezit heeft, moeten er vier situaties worden onderscheiden:
    1. De directeur en de vennootschap worden beide als ondernemer in de heffing van BTW betrokken. Is de auto eigendom van de vennootschap dan geldt het volgende. De autokosten moeten door de directeur aan de vennootschap worden gefactureerd, als onderdeel van de vergoeding die hij ontvangt voor de werkzaamheden voor de vennootschap. Terzake van het ter beschikking stellen van de auto door de vennootschap aan de directeur moet de vennootschap de waarde die hieraan moet worden toegerekend, factureren aan de directeur. De hierin begrepen BTW kan de directeur verrekenen. Gebruikt de directeur de auto ook privé, dan is de autokostenfictie van toepassing.
      Wordt de auto gehouden door de directeur dan kan deze de BTW aftrekken en dient terzake van het privégebruik BTW correctie plaats te vinden (op basis van 12% x 25% x cataloguswaarde).
    2. De directeur en de vennootschap vormen een fiscale eenheid. In dit geval is geen sprake van BTW-plichtige handelingen tussen de directeur en de vennootschap. Staat de auto op naam van de vennootschap dan is goedgekeurd dat de vennootschap de BTW correctie voor privégebruik bepaalt op basis van de autokostenfictie.
      Wordt de auto gehouden door de directeur dan is de autokostenfictie van toepassing.
    3. De directeur en de vennootschap zijn geen fiscale eenheid maar maken gebruik van de vrijstelling om te handelen als fiscale eenheid. Wordt de auto gehouden door de vennootschap, dan is goedgekeurd dat heffing van BTW door de vennootschap aan de directeur terzake van ter beschikking stelling van de auto achterwege blijft. Wel dient de vennootschap de op basis van de autokostenfictie verschuldigde omzetbelasting te voldoen. Voor het geval de auto op naam staat van de directeur, is goedgekeurd dat de BTW die aan de directeur in rekening is gebracht, door de vennootschap op haar BTW-aangifte in mindering wordt gebracht. Hierbij moet eveneens door de vennootschap rekening worden gehouden met de autokostenfictie.
    4. Een laatste mogelijkheid betreft de situatie dat de auto van de directeur voor de inkomstenbelasting tot het privévermogen wordt gerekend en voor de omzetbelasting tot het bedrijfsvermogen (vermogen van de vennootschap). De autokostenfictie is dan in beginsel niet van toepassing (er is immers geen sprake van een auto van de zaak), maar goedgekeurd is dat de correctie bij de vennootschap plaatsvindt op basis van de autokostenfictie.
naar boven

III. Vergoeding van autokosten door de opdrachtgever of gebruik van een auto van de opdrachtgever
Ontvangt u van uw opdrachtgever een vergoeding voor het gebruik van uw auto, dan dient deze vergoeding te worden bijgeteld bij de belaste opbrengst uit de opdracht. Krijgt u de beschikking over een lease-auto van de opdrachtgever, dan heeft dit geen gevolgen voor uw eigen resultatenrekening. Voorzover de auto alleen zakelijk wordt gebruikt, is er geen bijtelling verschuldigd. Is wel sprake van privégebruik, dan bent u als freelancer of ondernemer de bijtelling (vgl. hiervoor onder I.a) verschuldigd.
naar boven

BTW correctie voor privégebruik auto van de zaak door werknemers
Een BTW-plichtige werkgever kan de BTW die aan hem in rekening wordt gebracht verrekenen met af te dragen BTW. Dit geldt ook voor de BTW over de leasefacturen. De BTW die betrekking heeft op kosten voor privédoeleinden, is echter niet aftrekbaar. Als een werknemer een bijtelling verschuldigd is wegens privégebruik van de auto, dient door de werkgever in verband met dit privégebruik een correctie te worden toegepast op de verrekende BTW.
Wordt de auto privé gebruikt, dan bedraagt de BTW-correctie 25% x 12% x de fiscale waarde voor voertuigen waarvoor een bijtelling van 25% van de fiscale waarde geldt. Voor voertuigen waarvoor 20% van de fiscale waarde op het loon van de werknemer dient te worden bijgeteld, dient de BTWte worden gecorrigeerd met 20% x 12% x de fiscale waarde. Voertuigen met een bijtelling van 14% worden gecorrigeerd met 14% x 12% x de fiscale waarde.
Als de auto niet privé wordt gebruikt, hoeft geen correctie plaats te vinden. Deze berekening is een forfaitaire berekening. Als aannemelijk kan worden gemaakt, bijvoorbeeld door middel van een kilometerregistratie, dat de forfaitaire berekening tot een te hoge correctie leidt, dan mag op basis van de werkelijke kilometers worden gecorrigeerd.
Betaalt de werknemer aan de werkgever een eigen bijdrage voor privégebruik, dan dient de werkgever over het bedrag van de eigen bijdrage BTW af te dragen, zijnde 19/119 van de door de werknemer betaalde eigen bijdrage. Deze BTW kan in mindering worden gebracht op het bedrag van de BTW correctie.
naar boven

BPM

Heffing en tarief
Ingevolge de Wet Belasting Personenauto's en Motorrijtuigen is terzake van de registratie in het kentekenregister van een personenauto of motorrijtuig BPM verschuldigd. Hetzelfde geldt voor personen- of bestelauto's op buitenlands kenteken die ter beschikking staan aan een in Nederland wonende persoon of gevestigd lichaam. Per 1 januari 2009 gaat de BPM omlaag. De BPM bedraagt vanaf die datum 40% van de catalogusprijs exclusief BTW, verminderd met een bedrag van € 1.364,00 voor benzineauto's en vermeerderd met een bedrag van € 290,00 voor auto's met dieselmotor.
naar boven

Fijnstofregeling
De fijnstofdifferentiatie is als gevolg van een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag komen te vervallen. De Staatssecretaris wil tegen deze uitspraak in cassatie gaan. Wel wordt de BPM die op basis van de regeling aan de belastingdienst is betaald, terugbetaald. Om de aanschaf van dieselauto's met roetfilter alsnog te stimuleren, is door de overheid een korting op de BPM ingesteld van € 600,00 voor dieselauto's die een fijnstofuitstoot van maximaal 5 gram/km hebben. Alleen diesels met een roetfilter zullen een dergelijke minimale fijnstofuitstoot hebben.
naar boven

BPM differentiatie
De regeling inzake CO2-differentiatie in de BPM op basis van het energielabel blijft in 2009 gelijk. De regeling voorziet in een korting of extra heffing van BPM op personenauto's in verband met de CO2-uitstoot volgens het energielabel. De bedragen van de korting of extra heffing op de BPM zijn hierna weergegeven.

Label
Bonus Malus
A
€ 1.400,00
Bonus
B
€ 700,00
Bonus
C
nihil
D
€ 400,00
Malus
E
€ 800,00
Malus
F
€ 1200,00
Malus
G
€ 1600,00
Malus

Het energielabel wordt bepaald op het moment van kentekentoekenning. Het kan voorkomen dat het energielabel op het moment van kentekentoekenning anders is dan het label zoals voor de auto gold op het moment van bestelling. Dit kan het gevolg zijn van het feit dat de auto is besteld vlak voor het moment van de jaarlijkse vaststelling van labels voor de betreffende klasse. Een andere oorzaak kan zijn een wijziging in de Europese Type Goedkeuring van de betreffende auto.

Een tweede heffing betreft de zogenaamde 'slurptax': een toeslag op de BPM die afhankelijk is van de CO2 uitstoot van de auto. Voor personenauto's geldt voor iedere gram CO2 uitstoot boven de 205 gram per kilometer voor benzineauto's respectievelijk 176 gram per kilometer voor dieselauto's een toeslag op de BPM van € 125,00.
naar boven

BPM en grijs kenteken
Met ingang van 1 januari 2007 geldt voor grijskenteken auto's een vrijstelling voor de BPM, indien de bestelauto door een ondernemer 'meer dan bijkomstig' (lees: voor meer dan 10%) in het kader van zijn onderneming wordt gebruikt. Hiermee is een eind gekomen aan de omslachtige regeling dat de BPM eerst bij aanschaf diende te worden voldaan en vervolgens kon worden teruggevraagd als aan de voorwaarden voor teruggaaf werd voldaan.
Als de auto binnen vijf jaar na ingebruikname niet langer door de ondernemer in het kader van de onderneming wordt gebruikt, dient alsnog rest BPM te worden betaald. Geen rest BPM is verschuldigd indien de auto wordt gestolen, total loss gaat of wordt geëxporteerd.
Ingeval van verkoop van de auto op grijskenteken binnen vijf jaar aan een particulier, is de ondernemer de rest BPM verschuldigd. Bij verkoop aan een andere ondernemer, bijvoorbeeld een autohandelaar, is geen rest BPM verschuldigd.
Voor de BPM vrijstelling wordt gekeken naar de feitelijke gebruiker van de auto. Ingeval van leasing, dient daarom de leasemaatschappij het bewijs te kunnen leveren dat de lessee aan wie de auto in gebruik is gegeven, ondernemer is in de zin van de Wet Omzetbelasting en de auto meer dan bijkomstig in het kader van diens onderneming gebruikt.
naar boven

BPM teruggaafregeling bij export
Voor auto's op buitenlands kenteken die niet duurzaam in Nederland verblijven, mag ingevolge een uitspraak van het Europese Hof van Justitie niet de volledige BPM worden geheven. De Nederlandse wetgeving was op dit punt in strijd met het Europese recht en is daarom aangepast met ingang van 1 januari 2007. De nieuwe regeling houdt in dat voor auto's die op of na 16 oktober 2006 zijn gekentekend en die na 1 februari 2007 worden geëxporteerd naar een andere EU lidstaat of lid van de Europese Economische Ruimte (IJsland, Liechtenstein, Noorwegen) de rest BPM zal worden terugbetaald. Het bedrag aan rest BPM wordt bepaald aan de hand van de afschrijvingstabel BPM.
Wanneer een lease-auto met buitenlands kenteken wordt gereden, moet bij invoer van de auto de volledige BPM worden voldaan. Aan het einde van de leaseperiode kan, indien de auto wordt uitgevoerd, de rest BPM worden teruggekregen.
naar boven

Motorrijtuigenbelasting

Heffing en tarieven
De Motorrijtuigenbelasting (MRB) is verschuldigd in verband met het op naam hebben van een kenteken voor een auto of motorrijwiel. Voor de verschuldigdheid van de MRB is het niet noodzakelijk dat de auto of het motorrijwiel op de openbare weg wordt gebruikt. Het feit dat men een auto of motorrijwiel bezit, levert een belastbaar feit voor de MRB op.
Er gelden verschillende tarieven voor de MRB, afhankelijk van het soort auto (personen of bestel), het gewicht, de brandstof en de provinciale opcenten. In verband met de verlaging van de BPM per 1 januari 2009 wordt de MRB per die datum verhoogd. Voor auto's met een CO2-uitstoot van niet meer dan 95 gram/km voor dieselmotoren, en 110 gram/km voor andere motoren, geldt op dit moment het halftarief. Dat houdt in dat de eigenaren van dergelijke auto's slechts de helft van de MRB hoeven te betalen, vergeleken met andere auto's met hetzelfde gewicht en dezelfde brandstof, maar met een hogere CO2-uitstoot. Vanaf 1 april 2009 zal voor deze auto's zelfs een kwarttarief gaan gelden.
naar boven

BTW over MRB
Als het kenteken op naam staat van de lessee, maar de MRB wordt voldaan door de lessor, is de MRB aan te merken als zogenaamde 'doorlopende post'. Dit is het geval als gebruik wordt gemaakt van de hulpregistratie voor leasemaatschappijen (RTL registratie). Het kenteken wordt dan geregistreerd op naam van de lessee, maar door de RTL registratie wordt bereikt dat bijvoorbeeld de MRB aan de lessor in rekening wordt gebracht en ook overige voertuig gerelateerde verplichtingen zoals APK keuringen en verzekeringsplicht ingevolge de WAM.
In dat geval kan lessor de MRB aan lessee zonder heffing van BTW doorberekenen. Als het kenteken op naam van de lessor staat, wordt de MRB aan lessor in rekening gebracht. In dat geval is de in de leasetermijn aan lessee doorberekende MRB geen doorlopende post. Bij Besluit van de staatssecretaris van Financiën (18 juli 1995, nr. VB95/1435) is bepaald dat de MRB kan worden aangemerkt als een quasi doorlopende post en dus eveneens zonder BTW aan de lessee kan worden berekend. Voorwaarde is dat de MRB afzonderlijk op de factuur word vermeld en niet meer dan de werkelijk verschuldigde MRB wordt berekend.
De hiervoor beschreven gevallen van BTW vrije berekening van de MRB zijn van belang als de lessee zelf geen BTW kan verrekenen.
naar boven

Diverse fiscale regelingen

Reiskostenvergoeding
Voor een privéauto van de werknemer kan de werkgever voor woon-werk en zakelijke kilometers een bedrag van € 0,19 per kilometer onbelast vergoeden. Verstrekt de werkgever geen vergoeding, dan heeft de werknemer geen mogelijkheid om een aftrek voor reiskosten in de inkomstenbelasting toe te passen.
De vergoeding zal worden uitgekeerd op basis van een door de werknemer in te dienen kilometerdeclaratie. Er bestaat de mogelijkheid om een vaste vergoeding voor woon-werkkilometers te verstrekken, als de werknemer tenminste 70% van de werktijd per jaar van zijn woonadres naar het bedrijf reist. In dat geval mag een vergoeding worden verstrekt op basis van 214 dagen per jaar maal de woon-werkafstand heen en terug. Wordt het woonwerkverkeer met het openbaar vervoer afgelegd, dan kan eveneens € 0,19 per kilometer onbelast worden vergoed. Er kan ook worden gekozen voor vergoeding van de werkelijke kosten op basis van aan de werkgever overgelegde vervoersbewijzen.
naar boven

Fietsregeling
Eenmaal per drie jaar kan de werkgever onbelast de aanschafkosten van een fiets vergoeden aan de werknemer tot een maximumbedrag van € 749,00. Voorwaarde is dat de werknemer de fiets gebruikt voor woon-werkverkeer op meer dan de helft van het aantal dagen dat hij naar het werk reist.
Daarnaast mag per kalenderjaar een bedrag van € 82,00 onbelast worden vergoed voor met de fiets samenhangende zaken zoals regenkleding, een slot, verzekering, etc.
naar boven

Deze informatie is met de meeste zorg samengesteld. Aan de inhoud kunnen evenwel geen rechten worden ontleend, noch kunnen wij enige aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele onjuiste informatie.