Fiscaal nieuws


Fiscale bijtelling bij privégebruik auto van de zaak
Fiscale bijtelling bij privégebruik 'youngtimer' van de zaak
Wanneer geen bijtelling?
Is het mogelijk om gedurende het jaar de bijtellingsverplichting te stoppen?
Eigen bijdrage voor privégebruik
Bijtelling en bestelauto
Boete niet aangeven bijtelling privégebruik auto van de zaak
Catalogusprijs
Geldt deze regeling ook voor huurauto's en shortlease-auto's?

Fiscale aspecten van autokosten voor zelfstandigen/freelancers

BTW-correctie voor privégebruik auto van de zaak door werknemers

BPM
Slurptaks afgeschaft
Stimuleren zeer zuinige auto's
Roettaks diesels vervangen door kortingsregeling
Stimuleren Euro-6
BPM en grijs kenteken
BPM teruggaafregeling bij export
BPM-heffing bij invoer van een gebruikte auto

Motorrijtuigenbelasting (MRB)

Diverse fiscale regelingen
Kleinschaligheidsinvesteringaftrek (KIA) 2010
Reiskostenvergoeding
Fietsregeling
Chiptuning

Fiscale bijtelling bij privégebruik auto van de zaak

Vanaf 1 januari 2010 zijn er vier tarieven voor de (minimum) bijtelling auto van de zaak:

  1. 0% voor auto's zonder CO2-uitstoot (bijvoorbeeld elektrische auto's *).
  2. 14% voor zeer zuinige auto's met een CO2-uitstoot van maximaal:
    • - 95 gram per kilometer bij een auto die op diesel rijdt;
    • - 110 gram per kilometer bij een auto die niet op diesel rijdt.
  3. 20% voor zuinige auto's met een CO2-uitstoot van meer dan:
    • - 95 en maximaal 116 gram per kilometer bij een auto die op diesel rijdt;
    • - 110 en maximaal 140 gram per kilometer bij een auto die niet op diesel rijdt.
  4. 25% voor alle andere auto's.
*) De verlaagde bijtelling van 0% voor auto's zonder CO2-uitstoot geldt tot en met 2014.
naar boven

Fiscale bijtelling bij privégebruik 'youngtimer' van de zaak

Als de werknemer de maandelijkse inhouding van de bijtelling wil voorkomen, kan hij aan het begin van het kalenderjaar een verklaring 'geen privégebruik' opvragen bij de belastingdienst. Vervolgens dient hij de verkregen beschikking van de belastingdienst aan de werkgever te overhandigen. Daarnaast dient hij een sluitende kilometeradministratie bij te houden. De werkgever dient genoemde verklaring in haar administratie te houden. Mocht aan het einde van het jaar blijken dat de werknemer toch meer dan 500 kilometer privé heeft gereden, dan wordt de aanslag voor de bijtelling door de belastingdienst aan de werknemer opgelegd. Als een verklaring 'geen privégebruik' is afgegeven en in de loop van het jaar blijkt dat de werknemer toch meer dan 500 kilometer privé rijdt, dan zal voor de resterende periode de bijtelling via de loonbelasting moeten worden ingehouden. De reeds verstreken periode wordt nageheven bij de werknemer. Als de werkgever geen verklaring 'geen privégebruik' in zijn administratie heeft en geen bijtelling inhoudt, is werkgever verantwoordelijk voor de juistheid van de door de werknemer bijgehouden kilometeradministratie.
naar boven

Wanneer geen bijtelling?
Als de werknemer de maandelijkse inhouding van de bijtelling wil voorkomen, dient hij aan het begin van het kalenderjaar een verklaring geen privégebruik op te vragen bij de belastingdienst en de op basis daarvan verkregen beschikking van de belastingdienst aan de werkgever te overhandigen. Daarnaast dient hij een sluitende kilometeradministratie bij te houden. De werkgever dient genoemde verklaring in haar administratie te houden. Mocht aan het einde van het jaar blijken dat de werknemer toch meer dan 500 kilometer privé heeft gereden, dan wordt de aanslag voor de bijtelling door de belastingdienst aan de werknemer opgelegd.
Als een verklaring geen privégebruik is afgegeven en in de loop van het jaar blijkt dat de werknemer toch meer dan 500 kilometer privé rijdt, dan zal voor de resterende periode de bijtelling via de loonbelasting moeten worden ingehouden. De reeds verstreken periode wordt nageheven bij de werknemer.
Als de werkgever geen verklaring geen privégebruik in zijn administratie heeft en geen bijtelling inhoudt, is werkgever verantwoordelijk voor de juistheid van de door de werknemer bijgehouden kilometeradministratie.
naar boven

Is het mogelijk om gedurende het jaar de bijtellingsverplichting te stoppen?
Als eenmaal gedurende één of meer maanden bijtelling is ingehouden op het salaris, kan dit gedurende het lopende kalenderjaar alleen worden gestopt, als de werknemer ook over de verstreken periode een sluitende kilometerregistratie heeft. Als de werkgever beschikt over een verklaring 'geen privégebruik', kan hij voor de resterende periode van het jaar de inhouding stopzetten. Over de verstreken periode waarover wel bijtelling is ingehouden, wordt middels correctieberichten het ingehouden loon gecorrigeerd. Werkgever is over deze periode wel verantwoordelijk voor de juistheid van de kilometerregistratie, omdat voor die periode nog geen verklaring 'geen privégebruik' was afgegeven.
naar boven

Eigen bijdrage voor privégebruik
Een eigen bijdrage die de werknemer aan zijn werkgever betaalt voor het privégebruik, mag op de bijtelling in mindering worden gebracht. Een eventuele eigen bijdrage voor privégebruik wordt eerst van het brutoloon inclusief bijtelling afgetrokken, waarna de loonbelasting wordt berekend. Het is mogelijk dat in een maand de eigen bijdrage groter is dan de bijtelling. De eigen bijdrage mag volledig worden afgetrokken. Op jaarbasis kan de aftrek voor een eigen bijdrage voor privégebruik echter nooit groter zijn dan het totaalbedrag van de bijtelling in hetzelfde kalenderjaar.

Onder de voorwaarde dat bepaalde - door werknemer - zelf betaalde kosten, zoals kosten voor parkeren, als eigen bijdrage voor privégebruik zijn omschreven in bijvoorbeeld de autoregeling, kunnen bedoelde kosten eveneens van de bijtelling worden afgetrokken. Eveneens kunnen kosten, die zijn gerelateerd aan de auto van de zaak en die een werknemer rechtstreeks aan derden betaalt, (bijvoorbeeld kosten voor autowassen, parkeren, brandstof, tolgelden, motorolie, etc.) als eigen bijdrage voor privégebruik in mindering worden gebracht op de bijtelling, mits de werknemer vooraf met de werkgever is overeenkomen dat deze kosten als eigen bijdrage voor privégebruik gelden. Een andere mogelijkheid is dat genoemde kosten door de werkgever onbelast worden vergoed.

Bij de Hoge Raad loopt een procedure over de aftrekbaarheid van een bijdrage die een werknemer betaalt voor het gebruik van een auto van de zaak die niet past binnen het voor hem geldende leasebudget. Het betreft een situatie waarin de bestuurder een vaste maandelijkse eigen bijdrage betaalt voor privégebruik van de auto van de zaak. Die bijdrage wordt door de werkgever gerestitueerd als door middel van een sluitende kilometeradministratie kan worden aangetoond dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 km privé wordt gebruikt. Daarnaast betaalt deze werknemer een maandelijkse vaste bijdrage voor de overschrijding van het voor hem geldende leasebudget.

De Advocaat-Generaal heeft onlangs zijn 'Conclusie' gepubliceerd. Daarin geeft hij de Hoge Raad het advies om het cassatieberoep ongegrond te verklaren. Als de Hoge Raad dit advies volgt, blijft de uitspraak van het Gerechtshof in stand. Daarin sprak het Gerechtshof uit dat deze bijdrage voor leasenormoverschrijding slechts gedeeltelijk aftrekbaar is, namelijk in de verhouding waarin het aantal privékilometers staat ten opzichte van het totale aantal kilometers. De belangrijkste reden daarvoor is dat deze vergoeding náást een vergoeding voor privégebruik verschuldigd was.

Dit geeft opnieuw het belang aan van het juist en zorgvuldig formuleren van eigen bijdragen in de autoregeling of arbeidsvoorwaarden. Slechts wanneer er sprake is van een schriftelijk overeengekomen bijdrage "voor privégebruik" is deze volledig aftrekbaar van de bijtelling. Daarbij is het toegestaan om in de vaststelling van de hoogte van die bijdrage allerhande aspecten mee te nemen, waaronder het feit dat de leasenorm wordt overschreden.
naar boven

Bijtelling en bestelauto
Voor bestelauto's geldt in beginsel dezelfde regeling voor de bijtelling als voor personenauto's. Er zijn echter een paar verschillen. In de navolgende gevallen is geen bijtelling voor de bestelauto verschuldigd zonder dat hiervoor een sluitende kilometeradministratie of verklaring geen privégebruik nodig is:

  1. De bestelauto wordt na werktijd op het afgesloten terrein van de werkgever achtergelaten en wordt niet voor woon/werk-verkeer of privé gebruikt;
  2. er geldt een - schriftelijk overeengekomen - verbod op privé-gebruik, op welk verbod door de werkgever toezicht wordt gehouden en aan overtreding waarvan sancties zijn verbonden.

Voor een bestelauto, die door haar aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen, geldt de autokostenfictie niet. Wordt deze auto toch incidenteel privé gebruikt, dan moet de werkelijke waarde van het privévoordeel worden bijgeteld, bestaande uit het aantal privékilometers maal de werkelijke kosten per kilometer.

Een laatste tegemoetkoming met betrekking tot bestelauto's van de zaak betreft de situatie dat de bestelauto doorlopend afwisselend aan verschillende werknemers ter beschikking wordt gesteld. In dat geval is het toepassen van de autokostenfictie praktisch niet uitvoerbaar. Voor die situatie is toegestaan dat de werkgever volstaat met betaling van een eindheffing van € 300,00 per bestelauto per jaar. De werkgever kan vervolgens zelf besluiten om een deel van dit bedrag aan de werknemer door te belasten.
naar boven

Boete niet aangeven bijtelling privégebruik auto van de zaak
Als er ten onrechte geen bijtelling heeft plaatsgevonden voor het privégebruik auto van de zaak kan een (verzuim)boete van maximaal € 4.920,= worden opgelegd. Daarnaast is er de mogelijkheid tot een nog hogere (vergrijp)boete bij ontduiken van grote bedragen door bijvoorbeeld het vervalsen van een rittenadministratie.
naar boven

Catalogusprijs
De catalogusprijs is de bruto adviesprijs van de importeur, inclusief marge voor de dealer, fabrieksopties en -accessoires, BTW, BPM en BPM op basis van CO2-uitstoot, maar zonder aftrek van kortingen die een dealer wellicht verleent. Met ingang van 1 juli 2006 is de wet BPM zodanig gewijzigd dat alleen BPM hoeft te worden afgedragen over opties en accessoires die door of namens de fabrikant zijn aangebracht. Bestelauto's, die zijn gekentekend na 1 juli 2005, zijn belast met BPM. Ondernemers die de bestelauto in het kader van hun onderneming gebruiken, kunnen weliswaar de BPM terugvragen, maar voor de bijtelling voor het privgebruik telt de BPM mee voor de catalogusprijs. Nederlandse belastingplichtigen die een auto van de zaak op buitenlands kenteken privé gebruiken, zijn bijtelling verschuldigd op basis van de Nederlandse catalogusprijs van de auto.
naar boven

Geldt deze regeling ook voor huurauto's en shortlease-auto's?

De bijtelling is verschuldigd voor privégebruik van de aan de werknemer ter beschikking gestelde auto. Ook een huurauto en een shortlease-auto vallen onder deze definitie. Als de huurauto wordt ingezet ter tijdelijke vervanging van de vaste leaseauto, dient voor de periode van vervanging de waarde van de huurauto te worden aangehouden voor bepaling van het bedrag van de bijtelling. Wordt een auto als voorloper voor een nieuw bestelde auto ter beschikking gesteld, dan is de catalogusprijs van deze voorloper uitgangspunt voor de bijtelling.
naar boven

Fiscale aspecten van autokosten voor zelfstandigen/freelancers

De fiscale regelgeving die van toepassing is op het gebruik van een auto wanneer u als zelfstandig ondernemer of freelancer werkzaamheden verricht voor een opdrachtgever waarmee geen dienstbetrekking bestaat, is redelijk complex. Hieronder vindt u een beknopt overzicht met een onderscheid tussen de situatie dat u als freelancer of in het kader van een eenmanszaak handelt (punt I), of dat u uw onderneming in een B.V. heeft ondergebracht (punt II). Onder punt III wordt uiteengezet op welke wijze een vergoeding wordt belast die u als opdrachtnemer ontvangt van de opdrachtgever voor het gebruik van uw (zakelijke of privé-auto) auto en wat de fiscale gevolgen zijn, indien u gebruikmaakt van een auto die door de opdrachtgever ter beschikking wordt gesteld.

I. Eenmanszaak en freelancers
De ondernemer mag in beginsel zelf kiezen, of hij de auto tot zijn privévermogen rekent of dat hij de auto in het ondernemingsvermogen laat vallen. Wel is het zo dat een auto die voor minder dan 500 kilometer op jaarbasis privé wordt gebruikt, tot het ondernemingsvermogen moet worden gerekend. Wordt de auto vrijwel uitsluitend privé gebruikt, dan kan deze niet tot het ondernemingsvermogen worden gerekend.
  1. Auto behoort tot het ondernemingsvermogen. Alle kosten in verband met het autogebruik zijn bedrijfskosten en mogen in mindering worden gebracht op de winst. In geval de auto wordt geleast, behoort de auto niet tot het ondernemingsvermogen, maar kunnen de leasekosten wel van de opbrengsten worden afgetrokken. Indien de auto voor meer dan 500 kilometer op jaarbasis privé wordt gebruikt, is de forfaitaire bijtelling voor privégebruik van toepassing (25/20/14% x cataloguswaarde). Deze bijtelling moet worden bijgeteld bij de winst. De bijtelling is echter nooit meer dan het bedrag dat in een jaar aan autokosten ten laste van de winst is gebracht. Als de ondernemer BTW-plichtig is, geldt het volgende. De BTW die aan de ondernemer in rekening is gebracht in verband met aanschaf, reparatie- en onderhoud, brandstof, enz. kan geheel in aftrek worden gebracht. Als de auto door de ondernemer ook privé wordt gebruikt voor meer dan 500 kilometer op jaarbasis, dient een correctie plaats te vinden voor dit privégebruik. De correctie bedraagt 12% x bijtellingpercentage x de cataloguswaarde. Wordt de auto alleen voor zakelijk en voor woon-werkverkeer gebruikt, dan hoeft geen correctie plaats te vinden.
  2. Auto behoort tot het privévermogen. De autokostenfictie is niet van toepassing. Voor zakelijke en woon/werk-kilometers die worden gereden met een personenauto mag € 0,19 per kilometer van de winst worden afgetrokken. Voor bestelauto's moet worden uitgegaan van de werkelijke kilometerprijs.

II. De onderneming is ondergebracht in een B.V.
In dit geval is de directeur werknemer van zijn eigen B.V. Ook hier is van belang of de auto tot het ondernemingsvermogen behoort of dat het een privé auto betreft van de directeur/werknemer.
  1. Auto behoort tot ondernemingsvermogen. Ook in dit geval geldt dat alle kosten, die betrekking hebben op het autogebruik, kunnen worden afgetrokken van de winst. Indien de directeur/werknemer de auto ook privé gebruikt voor meer dan 500 kilometer op jaarbasis, is het autokostenforfait (bijtelling) van toepassing. De bijtelling dient met ingang van 1 januari 2006 door de werkgever te worden ingehouden op het loon van de werknemer. Als de ondernemer BTW-plichtig is, geldt dat de BTW die aan de ondernemer in rekening is gebracht in verband met aanschaf, reparatie- en onderhoud, brandstof, enzovoorts,. geheel in aftrek kan worden gebracht. Als de auto door de ondernemer ook privé wordt gebruikt voor meer dan 500 kilometer op jaarbasis, dient een correctie plaats te vinden voor dit privégebruik. De correctie bedraagt 12% x bijtellingpercentage x de cataloguswaarde. Wordt de auto alleen voor zakelijk en voor woon/werkverkeer gebruikt, dan hoeft geen correctie plaats te vinden.
  2. Auto behoort tot privévermogen. In dit geval kan aan de directeur/werknemer door de B.V. een bedrag van € 0,19 per kilometer belastingvrij worden vergoed voor zakelijke- en woon/werk-kilometers.

Indien de directeur tevens meer dan 50% van de aandelen in de vennootschap bezit, moeten er
vier situaties worden onderscheiden:

    1. De directeur en de vennootschap worden beide als ondernemer in de heffing van BTW betrokken. Is de auto eigendom van de vennootschap dan moeten de autokosten door de directeur aan de vennootschap worden gefactureerd, als onderdeel van de vergoeding die hij ontvangt voor de werkzaamheden voor de vennootschap. Terzake van het ter beschikking stellen van de auto door de vennootschap aan de directeur moet de vennootschap de waarde die hieraan moet worden toegerekend, factureren aan de directeur. De hierin begrepen BTW kan de directeur verrekenen. Gebruikt de directeur de auto ook privé, dan is de autokostenfictie van toepassing. Wordt de auto gehouden door de directeur dan kan deze de BTW aftrekken en dient terzake van het privégebruik BTW-correctie plaats te vinden (op basis van 12% x bijtellingpercentage x cataloguswaarde).
    2. De directeur en de vennootschap vormen een fiscale eenheid. In dit geval is geen sprake van BTW-plichtige handelingen tussen de directeur en de vennootschap. Staat de auto op naam van de vennootschap dan is goedgekeurd dat de vennootschap de BTW-correctie voor privégebruik bepaalt op basis van de autokostenfictie. Wordt de auto gehouden door de directeur dan is de autokostenfictie van toepassing.
    3. De directeur en de vennootschap zijn geen fiscale eenheid maar maken gebruik van de vrijstelling om te handelen als fiscale eenheid. Wordt de auto gehouden door de vennootschap, dan is goedgekeurd dat heffing van BTW door de vennootschap aan de directeur terzake van ter beschikking stelling van de auto achterwege blijft. Wel dient de vennootschap, de op basis van de autokostenfictie verschuldigde omzetbelasting, te voldoen. Voor het geval de auto op naam staat van de directeur, is goedgekeurd dat de BTW die aan de directeur in rekening is gebracht, door de vennootschap op haar BTW-aangifte in mindering wordt gebracht. Hierbij moet eveneens door de vennootschap rekening worden gehouden met de autokostenfictie.
    4. Een laatste mogelijkheid betreft de situatie dat de auto van de directeur voor de inkomstenbelasting tot het privévermogen wordt gerekend en voor de omzetbelasting tot het bedrijfsvermogen (vermogen van de vennootschap). De autokostenfictie is dan in beginsel niet van toepassing (er is immers geen sprake van een auto van de zaak), maar goedgekeurd is dat de correctie bij de vennootschap plaatsvindt op basis van de autokostenfictie.
III Vergoeding van autokosten door de opdrachtgever of gebruik van een auto van de opdrachtgever:

Ontvangt u van uw opdrachtgever een vergoeding voor het gebruik van uw auto, dan dient deze vergoeding te worden bijgeteld bij de belaste opbrengst uit de opdracht. Krijgt u de beschikking over een lease-auto van de opdrachtgever, dan heeft dit geen gevolgen voor uw eigen resultatenrekening. Voorzover de auto alleen zakelijk wordt gebruikt, is er geen bijtelling verschuldigd. Is wel sprake van privégebruik, dan bent u als freelancer of ondernemer de bijtelling (vgl. hiervoor onder I.a) verschuldigd.
naar boven

BTW-correctie voor privégebruik auto van de zaak door werknemers
Een BTW-plichtige werkgever kan de BTW die aan hem in rekening wordt gebracht, verrekenen met de af te dragen BTW. Dit geldt ook voor de BTW over de leasefacturen. De BTW die betrekking heeft op kosten voor privédoeleinden, is echter niet aftrekbaar. Als een werknemer een bijtelling verschuldigd is wegens privégebruik van de auto, dient door de werkgever een correctie te worden toegepast op de verrekende BTW.

Wordt de auto privé gebruikt, dan bedraagt de BTW-correctie:
  • - 25% x 12% x de fiscale waarde voor voertuigen waarvoor een bijtelling van 25% van de
      fiscale waarde geldt.
  • - Voor voertuigen waarvoor 20% van de fiscale waarde op het loon van de werknemer dient te
      worden bijgeteld, dient de BTW te worden gecorrigeerd met 20% x 12% x de fiscale waarde.
  • - Voertuigen met een bijtelling van 14% worden gecorrigeerd met 14% x 12% x de fiscale waarde.

Als de auto niet privé wordt gebruikt, hoeft geen correctie plaats te vinden. Deze berekening is een forfaitaire berekening. Als aannemelijk kan worden gemaakt, bijvoorbeeld door middel van een kilometerregistratie, dat de forfaitaire berekening tot een te hoge correctie leidt, dan mag op basis van de werkelijke kilometers worden gecorrigeerd. Betaalt de werknemer aan de werkgever een eigen bijdrage voor privégebruik, dan dient de werkgever over het bedrag van de eigen bijdrage BTW af te dragen, zijnde 19/119 van de door de werknemer betaalde eigen bijdrage. Deze BTW kan in mindering worden gebracht op het bedrag van de BTW-correctie.
naar boven

BPM
In de jaren 2010 t/m 2013 lopen twee ontwikkelingen door elkaar heen die van invloed zijn op de
tarieven van de BPM.

  1. De omzetting van BPM naar MRB in aanloop naar de kilometerprijs leidt ertoe dat de overheidsinkomsten uit BPM van 2008 t/m 2012 jaarlijks met 5% van de BPM-opbrengst van 2007 afnemen (€ 180 mln). Voor 2013 is een afname van 12,5% aangekondigd (€ 450 mln). Zoals in de Memorie van Toelichting van het Belastingplan 2009 wordt gemeld, is het de bedoeling dat ook na 2013 de BPM jaarlijks met 12,5% (t.o.v. 2007) afneemt tot 0% in 2018.
  2. De ombouw van de grondslag van de BPM naar CO2-uitstoot was al aangekondigd in het Belastingplan 2009. Dit vindt stapsgewijs plaats, waarbij het BPM-percentage dat gebaseerd is op de netto catalogusprijs, versneld wordt afgebouwd (ten opzichte van alleen ombouw) en er een nieuwe heffingsgrondslag op basis van CO2 wordt geïntroduceerd. In 2013 zal de BPM volledig op CO2-uitstoot van de auto zijn gebaseerd.

CO2-heffingsgrondslag in de BPM

De op CO2 gebaseerde BPM begint bij 111 (benzine) respectievelijk 96 gram (diesel) CO2-uitstoot per kilometer. Voor beide brandstofsoorten zijn er drie schijven (uitleg vindt u onder: Fiscale bijtelling bij privégebruik auto van de zaak). Boven de grens van zo'n schijf wordt iedere gram CO2 extra zwaar belast. Hiermee is het systeem progressief (vergelijkbaar met bijvoorbeeld de inkomstenbelasting).

Bonus-malusregeling op basis van energielabels afgeschaft

Tegelijkertijd wordt met de introductie van deze absolute CO2-heffing het fiscale belang van de energielabels afgeschaft. Vanaf 2010 maakt het voor de BPM dus niet meer uit of een auto een A- of een G-label heeft. De labels blijven wel bestaan als voorlichtingsmateriaal.
naar boven

Slurptaks afgeschaft
De slurptaks verdwijnt als zodanig. De ombouw naar heffing op CO2-uitstoot zorgt ervoor dat feitelijk alle auto's op basis van een soort slurptaks worden belast. Doordat de BPM-heffing naar CO2 progressief is, betalen auto's met een hoge CO2-uitstoot extra veel BPM. Hiermee wordt het wegvallen van de slurptaks gecompenseerd.
naar boven

Stimuleren zeer zuinige auto's
Zuinige personenauto's die net niet in aanmerking komen voor BPM-vrijstelling (benzine: 111 t/m 120 gr/km CO2, diesel 96 t/m 104 gr/km, in 2010 t/m 120 gr/km) krijgen in 2010 een BPM-korting van
€ 750 (2011: € 500).
naar boven

Roettaks diesels vervangen door kortingsregeling
Vorig jaar heeft het Kabinet, na een rechtzaak die was aangespannen door BOVAG en RAI Vereniging, een streep moeten halen door de roettaks. In plaats daarvan kwam de kortingsregeling terug voor auto's die minder dan 5 mg/km fijnstof (PM10) uitstoten. Deze bedroeg in 2009 € 600, voor 2010 wordt dat gehalveerd tot € 300. Vanaf 2011 wordt geen korting meer gegeven.
naar boven

Stimuleren Euro-6
Vanaf 2011 worden euro-6 dieselauto's drie jaar lang fiscaal gestimuleerd: in 2011 met € 1500, in 2012 met € 1000 en in 2013 met € 500. Stimuleren in 2010 is volgens Europese recht niet mogelijk.
naar boven

BPM en grijs kenteken
Er geldt voor grijskenteken auto's een vrijstelling voor de BPM, indien de bestelauto door een ondernemer 'meer dan bijkomstig' (lees: voor meer dan 10%) in het kader van zijn onderneming wordt gebruikt. Als de auto binnen vijf jaar na ingebruikname niet langer door de ondernemer in het kader van de onderneming wordt gebruikt, dient alsnog rest-BPM te worden betaald. Er is geen rest-BPM verschuldigd indien de auto wordt gestolen, geëxporteerd of total loss verklaard.

Ingeval van verkoop van de auto op grijskenteken binnen vijf jaar aan een particulier, is de ondernemer de rest-BPM verschuldigd. Bij verkoop aan een andere ondernemer, bijvoorbeeld een autohandelaar, is geen rest-BPM verschuldigd.

Voor de BPM vrijstelling wordt gekeken naar de feitelijke gebruiker van de auto. Ingeval van leasing, dient de leasemaatschappij het bewijs te leveren dat de lessee aan wie de auto in gebruik is gegeven, ondernemer is in de zin van de Wet Omzetbelasting en de auto meer dan bijkomstig in het kader van diens onderneming gebruikt. naar boven

BPM teruggaafregeling bij export
Voor auto's op buitenlands kenteken die niet duurzaam in Nederland verblijven, mag ingevolge een uitspraak van het Europese Hof van Justitie niet de volledige BPM worden geheven. De Nederlandse wetgeving was op dit punt in strijd met het Europese recht en is daarom aangepast met ingang van 1 januari 2007. De nieuwe regeling houdt in dat voor auto's die op of na 16 oktober 2006 zijn gekentekend en die na 1 februari 2007 worden geëxporteerd naar een andere EU lidstaat of lid van de Europese Economische Ruimte (IJsland, Liechtenstein, Noorwegen) de rest-BPM zal worden terugbetaald. Het bedrag aan rest-BPM wordt bepaald aan de hand van de afschrijvingstabel BPM. Wanneer een lease-auto met buitenlands kenteken wordt gereden, moet bij invoer van de auto de volledige BPM worden voldaan. Aan het einde van de leaseperiode kan, indien de auto wordt uitgevoerd, de rest-BPM worden teruggekregen.

De eisen die worden gesteld om voor BPM-teruggaaf bij export in aanmerking te komen, zijn aangescherpt. Er mag door de wetswijziging niet alleen geen WOK-signaal op het voertuig rusten, het voertuig moet bovendien in rijwaardige staat zijn. De belastingplichtige moet deze rijwaardige staat verklaren.
naar boven

BPM-heffing bij invoer van een gebruikte auto
Bij de BPM-heffing bij de invoer van gebruikte auto's kan het voorkomen dat op basis van de huidige wet een hoger bruto BPM-bedrag geldt dan het bruto BPM-bedrag zoals dat destijds is vastgesteld voor vergelijkbare auto's op het moment van eerste ingebruikneming op basis van de toen geldende wet. Hierdoor zou bij gebruikte auto's meer belasting worden geheven dan de belasting die nog drukt op vergelijkbare auto's die al in het binnenlandse verkeer zijn. Omdat dit strijdig was met het Europese recht werd in de praktijk toegestaan dat de belasting in de bezwaarfase werd vastgesteld op basis van de historische wetgeving. Vanaf 2010 kan direct bij de aangifte worden gekozen voor de laagste BPM, die van de huidige wet of die van de wet zoals die gold op het tijdstip dat de auto voor het eerst in gebruik is genomen (waar dan ook).
naar boven

Motorrijtuigenbelasting (MRB)
Ter financiering van de afbouw BPM wordt de MRB in 2010 verhoogd met 8,4% (inclusief inflatie-correctie van 1,9%). Deze verhoging zal alleen neerslaan bij personenauto's en bestelauto's van particulieren. Net als in 2009 stijgt de MRB voor motoren met een gelijk percentage (8,4%) als dat van personenauto's. Het argument voor deze verhoging is echter anders. De MRB voor motoren wordt verhoogd vanwege de aanzienlijke externe kosten (zoals verkeersveiligheid) en de relatief hoge uitstoot van CO2, NOx en vluchtige organische stoffen (VOS).

Voor vrachtauto's was in het Belastingplan 2009 al vastgelegd dat tussen 2009 en 2011 het tarief MRB voor vrachtauto's in Euro 0, I en II klassen fors wordt verhoogd. De stijging bedraagt: - 90% voor Euro 0;
- 75% voor Euro I
- 60% voor Euro II.
Gemiddelde stijging per vrachtauto per jaar bedraagt respectievelijk € 731, € 609 en € 487.

Vrijstelling MRB voor zeer zuinige auto's
In 2009 is het MRB-tarief voor zeer zuinige auto's (t/m 110 gr/km (benzine) respectievelijk 95 gr/km (diesel)) tot een kwart teruggebracht. In 2010 is worden deze auto's helemaal vrijgesteld van MRB.

Geen MRB-differentiatie oude vuilere diesels
De tariefdifferentiatie bij dieselpersonenauto's in de motorrijtuigenbelasting MRB, die was aangekondigd in de Vergroeningsbrief van staatssecretaris De Jager (mei '09) gaat in 2010 niet door. De daarvoor benodigde aanpassing in de Wegenverkeerswet is niet tijdig gereed en door TNO-onderzoeken zijn twijfels gerezen of oude diesels (euronorm 1 en 2) in de praktijk wel echt zo veel viezer zijn dan nieuwe diesels. In het Belastingplan 2011 komt dit punt terug, er komt dan een hoger tarief voor dieselauto's zonder affabriek roetfilter.

Meergewicht hybrides
Voortaan geldt een forfaitaire aftrek van 125 kg meergewicht voor de accu's van hybride auto's bij de MRB. Tot nu toe werd het feitelijk meergewicht gewogen.

BTW over MRB
Als het kenteken op naam staat van de lessee, maar de MRB wordt voldaan door de lessor, is de MRB aan te merken als zogenaamde 'doorlopende post'. Dit is het geval als gebruik wordt gemaakt van de hulpregistratie voor leasemaatschappijen (RTL-registratie). Het kenteken wordt dan geregistreerd op naam van de lessee, maar door de RTL-registratie wordt bereikt dat bijvoorbeeld de MRB aan de lessor in rekening wordt gebracht en ook overige voertuig gerelateerde verplichtingen zoals APK keuringen en verzekeringsplicht ingevolge de WAM. In dat geval kan lessor de MRB aan lessee zonder heffing van BTW doorberekenen. Als het kenteken op naam van de lessor staat, wordt de MRB aan lessor in rekening gebracht. In dat geval is de in de leasetermijn aan lessee doorberekende MRB geen doorlopende post. Bij Besluit van de staatssecretaris van Financiën (18 juli 1995, nr. VB95/1435) is bepaald dat de MRB kan worden aangemerkt als een quasi doorlopende post en dus eveneens zonder BTW aan de lessee kan worden berekend. Voorwaarde is dat de MRB afzonderlijk op de factuur word vermeld en niet meer dan de werkelijk verschuldigde MRB wordt berekend. De hiervoor beschreven gevallen van BTW vrije berekening van de MRB zijn van belang als de lessee zelf geen BTW kan verrekenen.
naar boven

Diverse fiscale regelingen

Kleinschaligheidsinvesteringaftrek (KIA) 2010
De KIA is bedoeld om investeringen van een beperkte omvang te bevorderen en is hierdoor vooral gericht op het midden- en kleinbedrijf. De KIA wordt fors uitgebreid. De belastingplichtige die in een kalenderjaar investeert in bedrijfsmiddelen, kan een aangewezen percentage van het investeringsbedrag van de winst over dat jaar aftrekken.

Bij een investeringsbedrag in een kalenderjaar van:
Meer dan € Maar niet meer dan € Bedraagt de kleinschaligheids-investeringsaftrek
- 2.200 0
2.200 54.000 28% van het investeringsbedrag
54.000 100.000 15.120
100.000 300.000 15.120 verminderd met 7,56% van het gedeelte van het investeringsbedrag dat de 100.000 boven gaat
300.000 - 0

Zeer zuinige personenauto's, waaronder elektrische personenauto's, diesels tot 95 gr/km CO2 uitstoot en benzine tot 110 gr/km CO2 uitstoot, komen met ingang van 1 januari 2010 in aanmerking voor de KIA.
naar boven

Reiskostenvergoeding
De maximale belastingvrije vergoeding van zakelijke kilometers is € 0,19 per kilometer, ongeacht het vervoermiddel. Dit betekent dat de werkgever elke zakelijke kilometer, ook elke kilometer voor woon-werkverkeer, tot maximaal € 0,19 belastingvrij kan vergoeden.

Als een werknemer met het openbaar vervoer reist, kan de werkgever kiezen: er kan maximaal € 0,19 per kilometer belastingvrij worden vergoed, maar in plaats daarvan mogen ook de werkelijke reiskosten belastingvrij worden vergoed. De werkgever moet de vergoede plaatsbewijzen bewaren, ingeval een hogere vergoeding wordt verstrekt dan € 0,19 per kilometer.
naar boven

Fietsregeling
De werkgever kan eens per drie jaren de aanschafkosten van een fiets van de werknemer tot een bedrag van € 749 onbelast vergoeden als de werknemer voor woon-werkverkeer gebruik maakt van de fiets. De werkgever mag voor met de fiets samenhangende zaken in 2010 maximaal € 82 onbelast aan zijn werknemer vergoeden of verstrekken. Het maximum van € 82 per kalenderjaar geldt voor vergoedingen en verstrekkingen samen.
naar boven

Chiptuning
Gechiptunede auto's kunnen tot drie jaar na aanschaf een naheffing BPM krijgen wanneer blijkt dat de chiptuning leidt tot hogere CO2-emissies. Vaststelling van een hogere CO2-uitstoot kan tevens leiden tot een hogere fiscale bijtelling van de auto van de zaak en eventueel hogere Motorrijtuigenbelasting (MRB)!
naar boven

Deze informatie is met de meeste zorg samengesteld. Aan de inhoud kunnen evenwel geen rechten worden ontleend, noch kunnen wij enige aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele onjuiste informatie.